Literatuur, vrijmetselarij en andere dagelijkse overpeinzingen

Draaiende afbeeldingen... Druk op F5 voor meer!

Dit vuur tot grafiek stileren! Over de poëzie van Marcel Obiak

Het moet in 1967 of 1968 geweest zijn. Ik was op weg naar de bibliotheek (van de ULB) en kwam op de gang Freddi Smekens tegen, die een dun boek vasthield in een tamelijk ongewoon formaat. Myriorama, een dichtbundel van een dichter, Marcel Obiak, waar ik op dat ogenblik nog nooit van gehoord had.

Freddi was er enthousiast over, en wist dat enthousiasme zonder veel problemen op mij over te dragen, eerst uiteraard als nieuwsgierigheid, maar toen ik het boek eenmaal zelf had kunnen uitlenen en lezen, wist ik dat Freddi gelijk had gehad. Dit was poëzie die mij onmiddellijk aansprak. Het spreekt vanzelf dat ik veel ervan niet begreep – ik was slechts 18 à 19 en kwam uit een milieu waar poëzie niet tot de dagelijkse gespreksonderwerpen behoorde – maar dat hoefde niet. De eerste vonk was er. De gedichten sprongen over, spraken aan. De rest zou later wel volgen.

En inderdaad. In de jaren daarna ben ik alle gedichten van Obiak gaan lezen. Op dat ogenblik was naast de genoemde bundel enkel nog Kontrasten verschenen, zijn debuut. Het kwam er dus op aan de nieuwe bundels op te volgen.

Omdat we beiden op een bepaald ogenblik lid waren van de redactie van het tijdschrift Impuls kwamen we ook persoonlijk in contact. Uit die kennismaking vloeide een tekst voort van mijn hand over de poëzie van Obiak, die echter nooit gepubliceerd werd. Die tekst dateerde uit 1983 en vormt de basis voor dit boekje. Het is inderdaad zo, dat Obiak sinds ik die tekst schreef nog twee nieuwe bundels publiceerde. Met beide werd in deze nieuwe versie uiteraard rekening gehouden.

Ofschoon ik mij, gelet op de tijdsgeest, niet veel illusies maak over de impact van een opstel als dit, hoop ik toch dat het enkelen misschien kan aanzetten om het werk van Obiak in een bibliotheek of een antiquariaat te gaan vinden, en dat zij er hetzelfde aandachtige plezier aan zullen mogen beleven als ik.

Mijn dank gaat uit naar het poëziecentrum, waar een omvangrijke map met vaak elders niet bereikbare secundaire literatuur aanwezig is, en hulpvaardig personeel. Ik dank Clara Haesaert en Jeroen Brouwers voor de toestemming om enkele brieven uit het Manteau-archief in het AMVC-Letterenhuis te mogen inzien. En tevens dank ik de dichter zelf, die steeds bereid was op vragen te antwoorden.

Tenslotte vermeld ik nog Diana, die zoals steeds de grote en de kleine taalfouten uit de tekst heeft gehaald.

Het spreekt vanzelf dat ik alleen verantwoordelijk ben voor de uiteindelijke versie.

PB
Antwerpen, september 2008

obiakbis Dit vuur tot grafiek stileren! Over de poëzie van Marcel Obiak
Marcel Obiak bij de voorstelling van zijn
dichtbundel
Een eeuwig eind in boekhandel
‘t Oneindig Verhaal in Sint-Niklaas
Foto: Diana van den Broek

[Verder lezen →]

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

28 Januari 2010   Geen Commentaar   Printen Printen  

De poëzie van Wilfried Adams

De onderstaande tekst werd oorspronkelijk geschreven als inleiding bij een geplande uitgave van de verzamelde gedichten van Wilfried Adams. Het ziet er echter naar uit dat deze uitgave er nooit zal komen. Daarom wordt de tekst, licht aangepast, hier gepubliceerd.

wilfried De poëzie van Wilfried AdamsHet oeuvre van Wilfried Adams is niet echt omvangrijk: zeven bundels, één bundel in de nalatenschap, en de verspreide gedichten kunnen ook als een bundel beschouwd worden, de enige anthologische in het geheel. Want inderdaad: heel dit werk vertoont een grote eenheid, een sterke samenhang. De meeste thema’s en motieven zijn vanaf het begin aanwezig, en worden door de cycli en bundels heen telkens nieuw gevarieerd.

In het vroegste, nooit gepubliceerde werk, dat door de dichter verzameld werd in een bundel Uit de brand (1) en dat werk bevat van de adolescent Adams, komen reeds thema’s voor die ook nog in zijn latere poëzie een rol zullen spelen. Het thema van de ‘poète maudit’ bv. Ook de regelmatige verwijzingen naar Verlaine en Rimbaud in die gedichten passen in dat kader. Dat dit levensgevoel bij Adams authentiek was, in tegenstelling met andere tieners, wordt bewezen door de soms zeer heftige terugkeer ervan in het latere werk: zo wordt in een gedicht ‘Uw dienaars liederen, VII Sirventese’ in de stijl en traditie van Villon en Rutebeuf tegen de ‘Heren’ tekeergegaan:

“Heren die regeert met wetten zonder tal
& zwaailichten langs nacht & radde wegen,
Gij die de staatskas runt, partij & leger
& die het graan beveelt & dat de regen
Zich vierkant naar uw voorschrift schikken zal.
Gij die uw webben rond de wereld weeft,
Uw vee herkiest u, daar ’t geen keuze heeft.

(…)

Heren ! al waant gij u dan nog zo groot,
Ik, Adams, die in uw riolen leef
Maar ziek van liefde aan dit leven kleef,
‘k zeg u: Uit onze mond rooft gij uw brood.”(2)

Ook het gevoel van verloren geboren te zijn, zoals dat later sterk verwoord zal worden in de cyclus ‘Lettre de Cachet’, is in dit vroegste werk al aanwezig.

Adams kwam blijkbaar voor het eerst naar buiten in de rubriek ‘Op de muzenberg’ van het tijdschrift Vandaag. Dit was het tijdschrift van de KSA (Katholieke StudentenAktie) en die rubriek werd gevoerd door Albert de Longie. Jongeren konden gedichten insturen die dan door de Longie besproken werden aan de hand van voorbeelden. Je kunt zoveel jaren later alleen maar vaststellen dat dit een zeer geslaagd initiatief is geweest.

In het nummer 1 van de vierde jaargang (september 1969) vermeldt De Longie voor het eerst een inzending van een zekere Richard M. Berlez, en hij eindigt zijn korte bespreking op een manier die hij nooit voor een andere inzender zal herhalen: ‘Ik hoop Berlez binnenkort te ontmoeten voor een diepgaand persoonlijk gesprek. Het lijkt mij de moeite.’ Blijkbaar heeft hij het talent onmiddellijk opgemerkt.

Adams zal nog gedichten inzenden voor deze rubriek, en zijn pseudoniem zal in 1971 in deze rubriek opgeheven worden; ofschoon hij rond die tijd ook onder eigen naam begon te publiceren in het tijdschrift van de Leuvense germanisten, Germania, waarvan hij ook een tweetal jaren redactielid was.

De Longie zal hem wel in contact hebben gebracht met het katholieke jongerentijdschrift Nieuwe Stemmen, waarin hij vervolgens zal publiceren – nog steeds onder het pseudoniem Berlez. Onder diezelfde naam zal hij trouwens redactielid van dat tijdschrift worden. En van daaruit was de weg gemakkelijker, eerst naar Dietsche Warande en Belfort, en dan ook naar de andere grote tijdschriften uit die tijd.

Ondertussen had hij echter al een eerste bundel klaar, Graafschap, een uitgave van het jongerentijdschrift Morgen, waar hij eveneens redactielid van geworden was.

Deze eerste bundel vertoont reeds alle eigenschappen die kenmerkend zullen worden voor de dichter Wilfried Adams, terwijl er anderzijds toch ook sprake is van een evolutie in zijn poëzie. Deze eerste bundel kan als uitgangspunt dienen voor een globale bespreking: de nadruk op de taalinventiviteit (Adams zal doorgaan voor een ‘talig’ dichter, hoewel dat een zeer eenzijdig beeld is) is er al in aanwezig, en de dichter blijkt vooral existentiële thema’s aan te snijden: geboorte en dood, liefde, zijn plaats in de wereld, de grote levensvragen kortom. Een monomane dichter is Adams nooit geweest.

[Verder lezen →]

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

22 Januari 2010   Geen Commentaar   Printen Printen  

Mak is schitterend.

De ergerniswekkende DVD’s van Mak zijn weg. Zonder spijt. Ook al was mijn oordeel erover slechts gebaseerd op de eerste reeks, en zelfs slechts een goeie helft daarvan. Maar dat volstond voor mij, ook al houdt dat uiteraard in dat de mogelijkheid dat ik me vergiste erg groot is. Soit.

Maar afgelopen zondag heb ik snel snel snel wel zijn Hoe God verdween uit Jorwerd herlezen. Dat had ik bij lectuur immers meesterlijk gevonden. Ten onrechte misschien?

jor Mak is schitterend.Nee dus. Het was en bleef in mijn ogen een meesterwerk. Om twee redenen. Vooreerst de absolute herkenbaarheid. Ik ben eveneens in zo’n dorp opgegroeid, een dat 3000 zielen telde weliswaar, en niet de 300 à 400 van Jorwerd, maar toch: de door Mak beschreven evolutie was quasi volkomen identiek.

Nu is herkenbaarheid uiteraard geen criterium om de kwaliteit van een boek aan af te meten. Het kan enkel een richting aangeven, een reden zijn om grondiger te lezen, naar andere redenen voor een dergelijke appreciatie te zoeken.

En volgens mijn lectuurnota’s van tien jaar geleden had dat alles te maken met het marxistische karakter van het boek. Wat Mak beschrijft is de wijze waarop het kapitalisme als een soort langzame vloedgolf over het platteland spoelt, en daarbij alles wat oud en versleten is vernietigt om enkel nog plaats te maken voor the rule of money. Hij beschrijft de gebeurtenissen die dat proces aantonen, hij beschrijft de gevolgen ervan, maar in de diepte gaat hij nooit: zoals het een journalist misschien betaamt, blijft hij bij de oppervlakte, maar die heb ik zelden zo minutieus, gedetailleerd en samenhangend beschreven gezien. Wat verdwijnt zijn de resten van een pre-industriële, pre-moderne, nog in de feodaliteit verankerde sociaal-economische orde. Wat komt is kapitalisme puur. Boeiend is ook de manier waarop dit proces het gedrag en de opvattingen van de mensen verandert.

Of Mak marxistisch geschoold is, weet ik niet, maar ik vermoed van niet. Toch is dit boek een levendige illustratie van sommige stellingen uit het communistisch manifest. Je kunt beide echt naast elkaar leggen. Dat bewijst niet zozeer de profetische gaven van Marx en Engels als wel de traagheid waarmee veranderingsprocessen in het sociaal-economische zich afspelen.Maar ook andere marxistische stellingen worden hier schitterend geïllustreerd: hoe het maatschappelijke zijn het bewustzijn van de mensen verandert bv.

Ofschoon hij zeer objectief probeert te blijven, voel je toch dat Mak meer sympathie koestert voor het oude dat verdwijnt dan voor het nieuwe dat komt. Maar hij laat dat gevoel amper meespelen. De objectieve ontwikkelingstendens van de wereld die hij waarneemt geeft hij zo objectief mogelijk weer. Vandaar dat ik stel: wat Marx en Engels over Balzac zeiden, en Lenin over Tolstoi, kun je in dit geval herhalen (zonder Mak qualitate qua te willen vergelijken met Balzac of Tolstoi): goeie schrijvers geven in hun werk de objectieve veranderingen weer, ook als zij persoonlijk liever terug zouden willen of zouden willen stil blijven staan. Bij ons was Streuvels zo iemand, met zijn De teleurgang van de Waterhoek.

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

20 November 2009   Geen Commentaar   Printen Printen  

Gedichten

Opnieuw een bundeltje klaargestoomd, thematisch ook deze keer, met 33 gedichten. Ook al ben je slechts een amateur-dichter, dat belet niet dat je evenzeer als ‘beroepsdichters’ blijft schrappen, verbeteren, veranderen enz. Op een bepaald ogenblik moet je eenvoudigweg zeggen: genoeg nu. En dan maak je je tekst persklaar.

Zoals alle vorige zal het weer gedrukt worden op de obligate 25 exemplaren, en rondgedeeld aan bekenden. Waarbij geldt: hoe rapper ze allemaal uit huis zijn, hoe liever. Hetgeen natuurlijk niet moeilijk is bij deze oplage.

Zal ik ze ook hier publiceren? Weet ik nog niet.

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

20 November 2009   Geen Commentaar   Printen Printen  

Hohenmoor

In de hier te lezen studie over leven en vooral werk van Marcel Matthijs wordt uiteraard ook diens roman Menschen in den strijd behandeld, waarvan vaak gezegd wordt dat het een nationaal-socialistische roman zou zijn – de enige in zijn soort in Vlaanderen. Ik heb geprobeerd argumenten aan te dragen om die mening onderuit te halen, en aan te tonen dat die roman gelezen moet worden, en waarschijnlijk ook geconcipieerd is als een parodie op het nationaal-socialisme. Eén jaar vóór Menschen in den strijd verscheen ook in Franstalig België een roman, waarvan beweerd wordt dat hij nationaal-socialistisch zou zijn: Hohenmoor van éne Pierre Peyel (Editions de la Toison d’or, Bruxelles/Paris, 1942; over deze roman en vooral de achtergronden ervan leze men: Paul Aron: “1942 Pierre Peyel remporte le concours littéraire du Soir. Les écrivains belges et l’occupation: entre engagement et indifférence”, in: Jean-Pierre Bertrand et al. (éds.): Histoire de la littérature belge francophone 1830-2000. Fayard, Paris, 2003, pp. 401-410).

Een parodie is deze zo goed als onvindbaar geworden roman (zoals die van Matthijs overigens) van Peyel alleszins niet, maar of het een nationaal-socialistische roman is?

Het boek is een raamvertelling: twee Belgische krijgsgevangenen keren naar België terug, en in de trein vertelt de ene aan de andere zijn wederwaardigheden in het gehucht van Hohenmoor, waar hij op een hoeve tewerkgesteld werd gedurende de hele periode (een dik jaar) van zijn krijgsgevangenschap. Zijn verhaal is het verhaal van een dubbele metamorfose: een lichamelijke en een geestelijke, beide symbiotisch met elkaar verbonden uiteraard.

De eerste metamorfose heeft te maken met de arbeid op de hoeve. De hoofdpersoon Daniel Verrongen is eerder het intellectuele type, dat niet gewoon is lichamelijke arbeid te verrichten, en zeker niet de zware arbeid in de toenmalige landbouw. Toch lukt het hem wonderwel, en uit de ietwat spichtige jongeman wordt een blonde, gespierde, gebronsde kerel, zoals we hen van plaatjes uit die tijd uit dat land goed kennen: de blik naar een stralende toekomst gericht, vlag of werktuig in de hand enz. Toch wordt de arbeid nooit theoretisch geprezen; het is de hoofdpersoon zelf die vertelt hoe die op hem van invloed is geweest, hoe hij zich verwant is gaan voelen met de aarde, de bodem, hoe zijn bloed daardoor krachtiger is gaan stromen in zijn lijf.

Parallel daarmee loopt een geestelijke ontwikkeling, van links naar rechts kun je samenvatten. In de proloog wordt de hoofdpersoon nog als volgt gekenschetst:

” Verrongen s’était nourri, au cours d’une jeunesse très libre, des Karl Marx, Engel (sic), Malraux et autres Bernanos. Il avait failli rejoindre ceux qui, en Espagne, clamèrent le ‘No passeran’ (sic) aux troupes victorieuses de Franco. Le jacobinisme maçonnique l’avait séduit”

Interessant is vooral dat na deze proloog amper nog directe politieke uitspraken voorkomen in het boek; alleen de Werdegang van Verrongen wordt geschetst, door hemzelf, in de ik-persoon dus, aan zijn in de trein teruggevonden lotgenoot. Deze wordt zodoende een beetje de lezer zelf; de stijl van Peyel is immers zeer direct en eenvoudig vertellend: Verrongen spreekt tot zijn vriend in een taal die net geen spreektaal is, maar die de lezer in elk geval aandoet alsof hijzelf rechtstreeks toegesproken wordt. Waardoor er vereenzelviging optreedt tussen spreker en lezer. Een ingenieus systeem van beïnvloeding. Dat nog subtieler wordt wanneer je bedenkt dat de hoofdpersoon helemaal niet metamorfoseert tot een nationaal-socialist, maar enkel tot iemand die begrip leert te hebben voor de nationaal-socialisten en via brieven met zijn moeder in Brussel, voor het gedisciplineerde gedrag van de Duitse soldateska in België. Meer niet, maar ook niet minder uiteraard.

Het verblijf op de hoeve in Hohenmoor wordt ook anderzins positief voorgesteld. Verrongen komt eigenlijk in een nieuwe familie terecht, een echte familie zelfs, vergeleken met zijn oorspronkelijk milieu. Alle Duitsers die hij daar ontmoet worden vriendelijk voorgesteld, en hij wordt zelfs verliefd op de bazin van de hoeve. Maar daar kan niks uit voortkomen uiteraard. Temeer daar hij verlangt naar zijn eigen land, en blij is als hij terug mag keren.

Je zou de thematiek van de roman dus kunnen samenvatten in drie woorden:  Travail, Famille, Patrie. De volgorde van dit officiële motto van het Vichy- of Pétainregime in Frankrijk komt grotendeels overeen met de volgorde en het belang ervan in de roman van Peyel. Het eerst wordt Verrongen geconfronteerd met de zware arbeid, maar als tegengewicht vindt hij een familiale sfeer, waarin het vaderland een grote rol speelt, waardoor hij nog meer naar zijn eigen vaderland terug gaat verlangen.

Is dit nu een nationaal-socialistische roman? Ja en nee, zou ik zeggen. Ja, vooral door de uiterlijke context (geschreven, gepubliceerd en bekroond tijdens de Duitse bezetting in Belgie; bekroond door een duidelijk collaborerend dagblad) en door de intrinsieke context (de krijgsgevangenschap in nationaal-socialistisch Duitsland). Maar doordat het boek op geen enkele manier propaganda voert voor die leer, ben ik toch eerder geneigd ‘nee’ te antwoorden, en het op een andere, een veel algemenere manier te bekijken.

Als we ervan uitgaan dat ‘fascisme’ een algemene term is, en ‘nationaal-socialisme’ enkel een specifieke, overigens de ergste en misdadigste vorm van fascisme, dan is er niks op tegen deze roman inderdaad als een typisch voorbeeld van een fascistische roman te beschouwen. Ideologisch past het daar volkomen in, omdat de Blut-und-Boden-ideologie eigenlijk het hele boek schraagt. Dat feit plus de concrete context zorgen daarvoor.

Waarbij men in het oog moet houden dat de term ‘Blut und Boden’ niet noodzakelijk negatief hoeft te zijn. De term is afkomstig van Spengler, maar werd berucht via Hitlers minister van landbouw Walter Darré, die er een echte slogan van maakte. Sindsdien is het een scheldwoord geworden. Nochtans: Houtekiet van Walschap, of De Vlaschaard van Streuvels zijn meesterwerken, en toch volledig doordrenkt van een bloed-en-bodem-mentaliteit. Zoals bv. ook een groot deel van het poëtische werk van Emile Verhaeren, zeker als die het hele Vlaanderen bezingt. Op zich is daar dus niks mis mee, het is pas in combinatie met rechtse politieke elementen dat die literatuur bedenkelijk kan worden.

Verbondenheid met de streek waar je vandaan komt, en met de mensen waartussen je opgroeit, dat is de kern van die slogan. In de kunsten wijst hij vooral op een pre-moderne mentaliteit, nog sterk verbonden met landbouw, kleine dorpsgemeenschappen, landschappen enz. De periode voor de industrialisatie kortom. Vele Duitse auteurs die als nationaal-socialistisch gelden, waren eigenlijk niet meer dan zulke ‘Heimat’dichters – maar die zich wel al te gemakkelijk encanailleerden met het regime, juist omdat dit beweerde terug te keren naar een dergelijke pre-moderne maatschappij.

Pierre Peyel past eigenlijk volkomen in dat plaatje, Marcel Matthijs echter niet, dat was eerder een stadsmens, ook in zijn boeken. Het zijn de ‘campagnes hallucinées’ versus de ‘villes tentaculaires’ om het met Verhaeren te zeggen.

Marcel Matthijs’ Menschen in den strijd was een mislukking; Pierre Peyels Hohenmoor is, door de systematische toepassing van een realistische poëtica, geen meesterwerk, maar wel nog steeds een vlot leesbare roman.

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

27 Oktober 2009   Geen Commentaar   Printen Printen  

Mak en Dagerman

stig Mak en DagermanGisteren eerder toevallig naar de ‘mercredis de l’histoire’ op Arte gekeken. Men gaf een documentaire naar een reisverslag van Stig Dagerman, die in de herfst van 1946 een vijftal Duitse steden bezocht.

Het moet de eerste keer zijn dat ik de toestand van de Duitse bevolking vlak na de oorlog zo duidelijk, zo indringend, en zo langdurig gezien heb (meer dan een uur). Dergelijke beelden heb ik ook wel gezien in andere documentaires, maar dan steeds met mondjesmaat. De commentaar bij de authentieke beelden was grotendeels van Dagerman; hij was sober, to the point, maar toch vol van een ingehouden mededogen en van begrip voor deze gewone mensen. Soms werd die commentaar van Dagerman afgewisseld met commentaarstemmen uit de newsreels van die tijd (Frans en Engels), waarin werd toegegeven dat er honger heerste, dat het armzalig gesteld was met het Duitse volk, maar dat het hun eigen schuld was. Dagerman zelf sprak zich niet expliciet in die zin uit, als het daarover ging was zijn commentaar afgewogener, met veel grijs en weinig zwart/wit.

Propaganda voor iets of tegen iets was al helemaal afwezig in de commentaar van de Zweedse schrijver. Als je dat dan vergelijkt met de propagandafilms van Mak… Dag tegen nacht gewoonweg. Dagerman beperkt zich grotendeels tot de feiten, hetgeen hem overigens niet belet een standpunt in te nemen. Als hij het over de ‘Spruchkammern’ heeft bv. die geacht werden de denazificatie door te voeren, maar zich zelfs in het begin enkel tot de allerkleinste vissen beperkten. En vanaf 1947, als de koude oorlog door de Amerikanen werd begonnen, was die denazificatie helemaal van de baan. Daar eindigde de documentaire trouwens mee.

Sommige beelden waren hallucinant, en deden mij onmiddellijk en volledig denken aan de Borinage-film van Joris Ivens. Dezelfde toestanden, dezelfde afgrijselijke armoede.

Door geen standpunt in te nemen, grotendeels beschrijvend te blijven, verplicht Dagerman (of de cineast die zich op zijn werk baseerde, want Dagerman zelf is al lang dood) de kijker zelf na te denken over wat hij ziet en hoort. Waarbij vooral het contrast betreffende de schuldtoewijzing belangrijk is. Was het Duitse volk collectief schuldig, zoals nazionisten als Goldhagen beweren? Uiteindelijk hangt het natuurlijk altijd af van de (steeds arbitraire) criteria die je aanlegt. Maar ik denk dat collectieve schuld, zo ze al ooit aangenomen zou kunnen worden, de totaal en absoluut absolute uitzondering moet blijven. Het Duitse volk was eerder het eerste slachtoffer van het nazisme dan iets anders.

Overigens werd de reportage die aan de basis lag van deze documentaire, (Stig Dagerman: Deutscher Herbst, Suhrkamp Verlag, Frankfurt am Main, meerdere herdrukken) ook in het Nederlands vertaald en uitgegeven door Meulenhoff, weeral enkele decennia geleden.

Er heeft zich inmiddels nog niemand gemeld om de dozen met de stompzinnige oppervlakkigheid van Mak af te halen. Het aanbod blijft geldig. Deze veel betere documentaire is eveneens op DVD te krijgen, bij de Arte-shop. Maar die zou ik nooit wegdoen.

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

22 Oktober 2009   Geen Commentaar   Printen Printen  

Toussaint van Boelaere

Fernand Victor Toussaint van Boelaere moet ik in de eerste helft van de jaren tachtig, een kwarteeuw geleden dus gelezen hebben, althans wanneer ik afga op de data van aankoop die tussen 1981 en 1984 liggen. Dat is beduidend laat voor mijn doen. Of ik voordien al iets van hem gelezen had, weet ik niet meer. Maar zijn naam zal ik hier of daar wel gezien hebben.

Het zegt toch wel een beetje over de ‘bekendheid’ van deze auteur. Die een van de vele vergetenen is uit de Nederlandse letteren. Waarschijnlijk is er sinds zijn dood niets meer van hem verschenen (ik heb het niet nagezien), en ook over hem is amper iets geschreven. Een uitzondering is een mooi verhaal van Jeroen Brouwers, De Verliefden, dat in 1998 verscheen als ‘ vriendelijke hommage aan Fernand Victor Toussaint van Boelaere’, zoals het in het colofon heet. Maar dit verhaal is natuurlijk een eigen werk van Brouwers, en Toussaint is enkel aanleiding ertoe en requisiet erin.

Overigens werd er direct na zijn dood gedacht aan de uitgave van een ‘verzameld werk’, maar zoals in andere gevallen is ook dit er nooit gekomen. Ondanks de in dit geval inderdaad zeer eigen, specifieke en belangrijke rol die Toussaint toekomt in de geschiedenis van de Nederlandse letteren in het Zuiden. Ik zou hier eigenlijk niet meer hoeven te herhalen dat zijn werk uitmunt door stilistische fijnheid, vormlust, epicuristische inhouden en een zorgvuldigheid in de afwerking die je zelden tegenkomt. M.a.w.: Toussaint van Boelaere was een maniërist, en in de ogen van de Vlaamse gezapigheid en de Nederlandse droogheid is dat een doodzonde.

toussaint Toussaint van BoelaereDe Leuvense onderzoekers Elke Brems en Tom Sintobin hebben aan die onbekendheid en vergetelheid iets willen doen (remediëren?) door een studiedag aan hem te wijden in 2006, waarvan de bijdragen werden verzameld in een boek, samen met een geannoteerde en becommentarieerde uitgave van een typische tekst van van Boelare: Elke Brems en Tom Sintobin: De goudsmid en de klein-inquisiteur, essays over F.V. Toussaint van Boelaere, gevolgd door een geannoteerde uitgave van Het gesprek in Tractoria. (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Gent, 2008).

Het boek bevat acht opstellen, die in vier rubrieken zijn onderverdeeld, die er mijns inziens maar twee zijn: literaire benaderingen en politiek-institutionele benaderingen.

De eerste reeks behandelt zowel zijn plaats in de literatuurgeschiedenis, als meer specifieke detailaspecten. Bij dat laatste denk ik dan vooral aan de interessante bijdrage van Hans Vandevoorde, die het spiritisme van de naturalist Gustaaf Vermeersch stelt tegenover een tekst daarover van Toussaint. Brems en Sintobin hebben het over de normen en waarden die je uit de teksten van Toussaint kunt afleiden, vooral over het verwijt van amoralisme dat hem nogal eens gemaakt werd. Zij tonen aan dat dit niet helemaal klopt. Hun tekst sluit overigens nauw aan bij die van Pieter Verstraeten die de poëtica van Toussaint onderzoekt. Een bepaalde poëtica sluit immers vaak ook bepaalde normen in, het weze expliciet of impliciet. Misschien had dat aspect beter uit de verf kunnen komen.

Toussaint was ook zijn leven lang een netwerkman; dat betekent vooreerst dat hij betrokken was bij tijdschriften, literaire instituties, prijzen, vieringen enz. Onder de hoofding ‘Toussaint institutioneel’ wordt dat aspect aan de hand van concrete voorbeelden in de verf gezet.

Een direct uitvloeisel daarvan was Toussaints rol vlak na de oorlog. Met name in de Vlaamse Academie die het hier besproken boek uitgaf, maar ook elders speelde Toussaint een beetje de inquisiteur, die de schrijvers beoordeelde volgens hun gedrag in de oorlog tegenover de bezetter. Met name één geval, de verhouding tot Ernest Claes, wordt gedetailleerder uitgewerkt. Of en in hoeverre Toussaint gelijk had, daarop wil ik hier niet ingaan, dat doen trouwens ook de bijdragers aan deze reader amper. Wel is het duidelijk dat hij ‘grote’ schrijvers (Streuvels, Walschap bv.) in bescherming nam, ook al waren die vaak even aangebrand als ‘kleinere’ schrijvers. Maar een echte zuiveraar kun je hem eigenlijk ook amper noemen, zo is mijn indruk na lectuur van deze bijdragen. Maar feit is: deze periode van onze literatuur, net zoals de collaboratie zelf van schrijvers trouwens, is nog te weinig onderzocht.

Het tweede deel van het boek bevat dus enerzijds de tekst van Het gesprek in Tractoria volgens de eerste druk van 1923, met alle linosneden van Henri van Straten, en met een uitgebreide verklarende voetnotenlijst, zoals dat hoort in een wetenschappelijke uitgave. En anderzijds laten de samenstellers de tekst van het verhaal nog volgen door enkele verklarende teksten van henzelf, die de ontstaansgeschiedenis en de receptie van het verhaal behandelen, en het in de context van zijn tijd en van het werk van Toussaint plaatsen. Deze begeleidende teksten zijn niet enkel goed geschreven, maar helpen zeker de niet voorbereide lezer een heel stuk op weg om de tekst van Toussaint, en de hele figuur trouwens, te kunnen situeren. En misschien te stimuleren om verder te lezen.

Mijn eigen exemplaar van de eerste druk van Het gesprek in Tractoria bevat op de eerste pagina een mooie opdracht van Toussaint van Boelaere, die ik de mogelijke lezers van dit stuk niet wil onthouden. Wat er die avond verder nog gebeurd is, moeten ze er maar zelf bijfantaseren.

schutblad Toussaint van Boelaere

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

14 Oktober 2009   Geen Commentaar   Printen Printen  

Mak is kak

mak Mak is kakDe verschillende afleveringen op televisie van Geert Maks In Europa hebben we (dit is geen pluralis majestatis) bij uitzending niet gezien. Maar nadien hebben we wel de DVD’s gekocht, de twee reeksen.

Tot onze grote spijt.

Zelden zo’n oppervlakkigheid gezien als dit; nu weet ik wel dat je van teevee niet veel moet verwachten, en zeker niet meer het niveau dat soms toch nog gehaald werd vóór de commercie daar toesloeg, maar toch, dit slaat alles. Misschien niet zozeer op zich, maar omdat het werd aangekondigd met vele trommels en trompetten als iets zeer waardevols en degelijks.

Nou moe!

Er wordt amper achtergrondinformatie gegeven, er wordt nooit in de diepte gegraven, de hele serie door (althans de eerste, die ik grotendeels bekeken heb, de tweede doe ik niet meer open) worden beeldjes getoond met commentaar die we al duizend keer gehoord hebben, en die enkel beschrijvend is. De economische en sociologische achtergronden van de geschiedenis? Nooit van gehoord.

Laat me twee voorbeelden geven van wat me zo ergert.

Tijdens de Spaanse burgeroorlog vielen langs beide zijden slachtoffers. Dat is de enige boodschap van de aan die burgeroorlog gewijde aflevering. Daartoe wordt als rechts slachtoffer een jonge priester opgevoerd, geïndividualiseerd op alle manieren, zodat de kijker zich daar goed mee kan vereenzelvigen. Langs linkse kant vooral anonieme slachtoffers, zodat de kijker zich daar veel minder mee kan vereenzelvigen. Maar de manier waarop die priester wordt voorgesteld doet zozeer denken aan christelijke anti-kommunistische propaganda uit de jaren vijftig en daarvoor, dat het gewoon om van te kotsen wordt.

En ik vraag geen propaganda van de andere kant.

Nemen we de afleveringen over Duitsland en de Sovjet-Unie bv. Ik weet allang dat de regimes van Stalin en Hitler door een meerderheid over één kam worden geschoren. Ik erger me daaraan niet eens meer. Het is nu eenmaal zo, ook al is het helemaal niet zo.

Maar Mak gaat nog een stapje verder. Hij bestaat het godverdomme om van de Sovjet-Unie te stellen, in goede propagandastijl uit de koude oorlog, dat alles er slecht was, dat iedereen angst had voor iedereen enzoverder enzovoort. Het sprookje van altijd. Maar wat zegt hij over Nazi-Duitsland? Als je geen jood was, dan was dat, zeker voor de oorlog, daar helemaal niet zo erg om te leven, integendeel zelfs. De regering zorgde goed voor zijn burgers en voor de economie.

Socialisten, getuigen van Jehova, homo’s en lesbiennes, communisten, vrijmetselaars??? In de ogen van Mak waarschijnlijk allemaal stinkend en kruipend ongedierte waar alleen een goed concentratiekamp en af en toe een goeie spuitbus met Zyklon-B tegen hielp. Uitroeien, dat nest.

Dat Mak conservatief was, wist ik al sinds zijn boek over Jorwerd, en daar is overigens niks mis mee. Dat was geen slecht boek. Maar deze reeks is wat mij betreft gewoon walgelijk, dit heeft met enig fatsoenlijk conservatisme niks meer te maken, dit is propaganda post factum, en wel van de stinkendste soort, enkel te vergelijken met sommige nazifilms.

De twee dozen nemen veel ruimte in beslag. Ze zijn volledig en in goede staat. Als iemand daarbuiten erin geïnteresseerd is, laat het me weten. Ze mogen worden afgehaald. Of ik breng ze, als het niet te ver is. Gratis en voor niks.

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

14 Oktober 2009   Geen Commentaar   Printen Printen  

Islam op zolder

islam Islam op zolderGisteren een veertigtal boeken over de islam naar de bibliotheek gebracht. De zolder moest geruimd worden, vandaar. Het viel me op dat de meesten dateerden uit het begin van de jaren negentig. Er waren uiteraard de gemeenteraadsverkiezingen van 9 oktober 1988 (zwarte zondag). Er was de kennismaking met Egyptische schrijver Naguib Mahfouz, die in datzelfde jaar de Nobelprijs literatuur ontving… Ik herinner me bovendien nog dat mijn vrouw en ik in oktober 1989 een lang artikel gepubliceerd hebben over The satanic verses. Het was een literair artikel, want over de islam wisten we maar heel weinig toen.

Allemaal redenen dat vanaf die periode zoveel boeken over de islam gekocht en ook gelezen werden, zoals uit de potloodaantekeningen bleek.

En wat hoorde ik deze avonds op het nieuws? Dat in Antwerpen een universitaire opleiding voor islamleraars startte, en dat die uniek was in België. Kunnen die boeken misschien inderdaad nog verder dienen, want het merendeel ervan was in geen Antwerpse bibliotheek aanwezig.

Opvallend is ook hoe weinig er van die toch intense lectuur is blijven hangen. De grote lijnen van die godsdienst ken ik nu wel, maar zou dat zonder die vele boeken ook niet gebeurd zijn? De islam is immers alom tegenwoordig vandaag, en overal hoor en lees je er wel wat over. Wat me wel bijblijft, wat wellicht de sterkste indruk heeft nagelaten, is de impressie van echte totale onverzoenlijkheid tussen de islam en de basisbeginselen van de westerse landen. Want in het geval van Rushdie heb ik, dat herinner ik me nog, na het schrijven van ons artikel weliswaar, ook de andere klok willen horen, en dus ook boeken en persbijdragen over Rushdie vanuit moslimhoek gelezen. Dat is een van de weinige boeken trouwens die ik niet heb weggedaan.

Zoals het boek van Hans Küng, en zoals het boek van Filip Dewinter. Dit laatste heb ik op aanstoken van Benno Bernard toch gelezen. Ik was van plan er een lang stuk over te schrijven, maar dat heeft geen enkele zin, want dat boek is op de eerste en belangrijkste plaats een politiek pamflet en geen cultuurhistorisch essay. Daarvoor weegt het te licht, bevat het te veel historische fouten en weglatingen.

Misschien zal ik op een andere manier op dat alles ingaan binnenkort. Benno Barnard is immers groot, en Filip Dewinter is zijn profeet.

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

8 Oktober 2009   Geen Commentaar   Printen Printen  

Auf Reisen 5

Berchtesgaden

hier lebt es noch
das Loch aus dem das kroch

alle Wege dorthin
sind Kreuzwege
entlang Schlösser und Kirchen
mit oder ohne Führer
mit oder ohne Frass im Dorf

die Tollwut herrscht

Hüte fliegen durch die Luft
die Eisenbahnen liegen
seit einem Jahrhundert schon
zerbrochen und zerstümmelt da

hier oben haben nur Mörder
gestanden
sie sind unter uns

war auch Remco hier?
und was hat er sehen können?
damals?
ausser das grosse deutsche Geleugnis?

die Schlaflosigkeit
bleibt wie ein Stein
tief in der Kehle stecken

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

27 September 2009   Geen Commentaar   Printen Printen