Literatuur, vrijmetselarij en andere dagelijkse overpeinzingen
Draaiende afbeeldingen... Druk op F5 voor meer!

Categorie — Vrijmetselarij

Noblesse des Francs-Maçons

Volgens René Pieyns in zijn Encyclopedie van de blauwe vrijmetselarij “…lijkt het eerste maçonnieke gedicht Noblesse des Francs-Maçons van M. Jartigue te zijn…” (1) Dat blijkt nochtans niet juist te zijn. Zo heb ik op deze website en in de vorm van een brochure een Engels gedicht gepubliceerd dat van iets latere datum is (2), maar een ander vroeger Engelstalig gedicht (3) ligt nog te wachten om een inleiding te krijgen en dan ook gepubliceerd te worden.

Pieyns zelf maakt al een dubbel voorbehoud, enerzijds door te zeggen ‘lijkt’ en anderzijds door in het betrokken lemma te stellen dat het over het eerste lange gedicht gaat, maar dat er wel vroegere korte gedichten bestaan. Dat is juist, en die zijn zelfs niet onbelangrijk; sommige ervan zijn met noten uitgegeven door Daniël Ligou (4) in een mooi en eigenlijk al zeldzaam geworden boekje, dat alvast voor het Franse gedeelte van Europa en voor de Franse vrijmetselarij de oudst bekende gedichten over de orde bevat, meestal odes of gezangen naar aanleiding van maçonnieke plechtigheden en feesten.

Ik denk wel te mogen stellen dat Noblesse des Francs-Macons, ou Institution de leur Société avant le Deluge Universel, & son renouvellement après le Deluge, zoals de volledige titel ervan luidt, en dat in 1756 in ‘Francfort sur le Mein’ verscheen, het vroegste lange gedicht over de vrijmetselarij is in Frankrijk, dat kenmerken vertoont van een leerdicht, en dus expliciet bedoeld is om de vrijmetselarij aan de lezer te leren kennen.

Absolute zekerheid daarover is er echter niet: er bestaat bij mijn weten nergens een inventaris van alle gedichten, die over de vrijmetselarij geschreven werden. In mijn studie over Jan Schouten, die eveneens op deze website te vinden is, heb ik in het comparatistisch gedeelte zo enkele gedichten aangehaald, die niet in dé bibliografie van Wolfstieg (5) voorkomen. Niets bewijst dat er in gesloten of andere archieven of bibliotheken, geen andere gedichten in het Frans te vinden zijn, en van vroegere datum dan deze Noblesse. Maar tot iemand de kracht en de wijsheid heeft opgebracht om dat onderzoek in schoonheid te voeren en af te ronden, moeten we het doen met wat we hebben.

noblesse Noblesse des Francs Maçons

[Titelblad van Noblesse des Francs-Maçons]

Ons gedicht is anoniem verschenen: ‘Poeme, par un prophane’, zo luidt de ondertitel. Toch wordt het door iedereen die het vermeldt toegeschreven aan een zekere Jarrigue (soms ook Jarigue of Jariques of nog anders gespeld) (6), waarover we echter verder niets weten. Dat maakt het werk uiteraard gemakkelijker voor de commentator: die kan zich enkel op de tekst concentreren. En die is interessant genoeg, alleen al door zijn zeldzaamheid, want er zijn slechts enkele exemplaren van bewaard gebleven (7).

[Verder lezen →]

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

18 December 2006   Geen Commentaar   Printen Printen  

Piet van Brabant contra Leo Apostel

apostel Piet van Brabant contra Leo Apostel In 1998 verscheen – postuum – een boeiend boek van Leo Apostel over spiritualiteit (Leo Apostel: Atheïstische Spiritualiteit, VUBPress, Brussel, 1998), waarin hij niet alleen bijeenbrengt wat ogenschijnlijk gescheiden is en moet blijven (religie en atheïsme, mystiek en atheïsme), maar waarin hij vooral zeer sterk weet te nuanceren. Door zijn grote belezenheid, zijn kennis van alle religieuze, mystieke en filosofische stromingen van gisteren en vandaag, weet hij vele verbanden te leggen, vele overeenkomsten en verschillen te zien en uit te werken, die ook steeds in een context worden geplaatst. In 2006 verscheen – eveneens postuum, ook al was dat in dit geval niet zo bedoeld – een nieuw boek van Piet van Brabant over een gelijkaardig onderwerp, nl. spiritualiteit (Piet van Brabant: De spiritualiteit van de vrijmetselaar, Uitgeverij Houtekiet, Antwerpen/Amsterdam, 2006).

piet Piet van Brabant contra Leo Apostel Beiden waren eveneens bekende vrijmetselaren; Apostel heeft een van de filosofische basiswerken over de vrijmetselarij geschreven, waar nog steeds eenieder die zich ernstig met de vrijmetselarij bezig houdt, naar verwijst (Vrijmetselarij, een wijsgerige benadering, Hadewijch, Antwerpen/Baarn, 1992), en Piet van Brabant is in Vlaanderen sinds de oprichting in 1979 van de RGLB (Reguliere Grootloge van België) het gezicht en de stem van die obediëntie tegenover de buitenwereld, door zijn voordrachten, maar vooral door het vijftal boeken, waarin hij de grondbeginselen van de reguliere vrijmetselarij, zoals hij die ziet, uiteenzet en waarvan voornoemd boek dus het laatste is.Het boek van van Brabant bevat geen index en geen bibliografie; in tegenstelling tot dat van Apostel is het trouwens totaal niet wetenschappelijk opgevat, dat waren zijn vorige boeken trouwens evenmin. Zij behoren eerder tot het genre van de apologie. Opvallend is echter dat in het laatste boek Apostel nergens genoemd wordt, en dat er evenmin onrechtstreeks naar hem verwezen wordt – ondanks het onderwerp.
[Verder lezen →]

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

29 Augustus 2006   Geen Commentaar   Printen Printen  

Viermaal de Verlichting

In 1984 verscheen als deel van een door het tijdschrift Literatuur uitgegeven reeks inleidingen tot verschillende periodes van de Nederlandse letteren ook een boekje Verlichting in de letteren van J. Stouten (Martinus Nijhoff, Leiden).Uiteraard betreft het hier slechts een inleiding, maar toch. Eigen onderzoek heeft de auteur blijkbaar niet nodig gevonden. Maar zelfs daarzonder kan het boekje amper dienen als inleiding tot deze periode. De kenmerken van de Verlichting worden niet expliciet op een rijtje gezet; er worden geen werken van welke aard dan ook behandeld, of zelfs maar genoemd, waarin deze kenmerken grotendeels terugkomen. Van het voor de Verlichting zo typische genre (Cf. Christoph Siegrist: Das Lehrgedicht der Aufklärung, J.B. Metzlersche Verlagsbuchhandlung, Stuttgart, 1974) als het leerdicht wordt één enkel genoemd, Het Graf van Rhijnvis Feith, dat niet eens typisch is voor de Verlichting, in elk geval veel minder dan andere leerdichten uit die tijd, en dan denk ik vooreerst aan De Vrijmetselarij, in drie zangen van Jan Schouten, uit 1817, en waarover ik op deze website al een uitgebreide studie publiceerde.

Het is dus hoe dan ook een boekje dat je niet echt zou aanbevelen – tenzij dan omdat er werkelijk geen andere inleiding voor aankomende studenten is. De handboeken in de Nederlandse letterkunde, van Jonckbloet tot Schenkeveld-van der Dussen, zijn overigens niet echt veel beter. We kunnen dus alleen maar hopen, dat de aan de 18de en 19de eeuw gewijde delen van de op stapel staande nieuwe geschiedenis van de Nederlandse literatuur het wat dat betreft beter zal doen. Bedenkelijk lijkt me alleen dat de enige die tijdens de afgelopen decennia zich grondig met de Verlichting heeft bezig gehouden en er veel over gepubliceerd heeft, ik bedoel André Hanou van de universiteit van Utrecht, blijkbaar niet meedoet aan dat project.

In deze bijdrage wil ik het hebben over vier gedichten uit de eerste decennia van de 19de eeuw, die alle vier als titel dragen De Verlichting, en waarvan er drie odes zijn op die richting, en éen een leerdicht in twee zangen. In geen enkel boek, in geen enkel artikel worden die gedichten ook maar genoemd. En toch hebben we te maken met interessante gedichten, al was het maar omdat zij de Verlichting inderdaad expliciet tot onderwerp maken, wat bewijst dat de term en haar inhoud actueel was, en dat de intelligentsia van die tijd, en vooral de dichters, er zich zeer bewust van was, en zelfs wilden stimuleren waar de Verlichting allemaal voor stond.

Ook de schrijvers van deze gedichten zijn nobele onbekenden, die enkel bij echte specialisten van de Verlichting en/of de 19de eeuw nog een belletje doen rinkelen. In de dbnl komen ze niet voor; ook Komrij nam niets van hen op; enkel in van Vriesland stond één gedicht van Simons, de anderen komen ook in die bloemlezing niet voor. In hun eigen tijd behoorden ze nochtans tot de literaire elite. Hetgeen enkel maar bewijst hoe weinig roem of bekendheid te betekenen hebben, hoe vlug dat vervluchtigt.

[Verder lezen →]

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

19 Juni 2006   Geen Commentaar   Printen Printen  

Jan Schouten en zijn Vrijmetselarij

Dit essay beslaat 100 blz. en het werd daarom in 5 delen gepost. De structuur ervan is de volgende:

(Post 1)

Woord Vooraf
Jan Schouten en zijn Vrijmetselarij
A. De Persoon
B. Het Werk

(Post 2)

C. Het Gedicht
1. Structuur en inhoud.
2. Techniek
3. Genre
4. Receptie

(Post 3)

5. Vergelijkend perspectief
a) Henry Jones
b) Pillon-Duchemin
c) R.C. Mudge
d) Guerrier de Dumast
e) Andrew Nichols
f) Le F.°. Quantin
g) V. Berard

(Post 4)

D. De Tekst.
E. Besluit
F. Eindnoten

(Post 5)

G. Bibliografie
1. Primaire bibliografie
a) Van Jan schouten
b) Overige
2. Secundaire bibliografie

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

28 Januari 2006   3 Reacties   Printen Printen  

Jan Schouten deel 1

WOORD VOORAF

Wanneer je er de grote literatuurgeschiedenissen – van Jonckbloet in het laatste kwart van de 19de eeuw tot Schenkeveld-van der Dussen op het einde van de 20ste eeuw – op naslaat, zul je de naam van Jan Schouten daarin niet tegenkomen. Voor de literatuurhistorici was hij in zijn eigen eeuw literair blijkbaar al morsdood. En vandaag zullen enkel nog een paar specialisten in de letteren van de 18de eeuw – waar Jan Schouten mentaal nog toe behoorde, ook al schreef hij in de 19de – plus de spreekwoordelijke derde – dat is ondergetekende – van hem gehoord hebben.

Toevallig kwam ik enkele jaren geleden in een Duits antiquariaat een boekje tegen, Die Freimaurerei, in drei Gesängen, waar onder de titel vermeld stond: ‘aus dem Niederländischen’ [1]. Daarop ben ik verder gaan zoeken om zoveel mogelijk over Jan Schouten te weten te komen en om, als het enigszins kon, een exemplaar van zijn werk(en) te bemachtigen, op de eerste plaats natuurlijk van zijn hoofdwerk. Dat lukte. [Verder lezen →]

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

28 Januari 2006   Geen Commentaar   Printen Printen  

Jan Schouten deel 2

C. Het Gedicht

Ofschoon zijn overige werk niet echt onderdoet voor andere gelegenheidspoëzie uit die periode, toch was voor zijn tijdgenoten Jan Schouten vooral, zoal niet uitsluitend de dichter van één enkel gedicht: De Vrijmetselarij, in drie zangen. In amper twee jaar tijd beleefde het twee drukken, hetgeen voor die tijd uitzonderlijk was. Maar ook het gedicht zelf was uitzonderlijk, en niet alleen in de Nederlandse letteren van die tijd. [Verder lezen →]

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

28 Januari 2006   Geen Commentaar   Printen Printen  

Jan Schouten deel 3

5. Vergelijkend perspectief.

Er is relatief veel letterkunde gepubliceerd, in poëzie of in proza maar ook als toneel (het bekendste is waarschijnlijk Der Freymaurer van Kotzebue; het valt op dat alle mij bekende toneelstukken over de vrijmetselarij komedies (‘Lustspiele’) zijn), waarvan het onderwerp de vrijmetselarij is, maar enige repertoriëring van die geschriften buiten de bibliografie van Wolfstieg is mij niet bekend. Wel bestaan er twee boeken over – beide overigens even slecht. Het Franse – Littérature et Franc-Maçonnerie [64] – omdat het door en door oppervlakkig is, en daarenboven ook niet-vrijmetselaars opneemt. Het andere – British poets and secret societies [65] – omdat het enerzijds te breed van opzet is en daardoor eveneens oppervlakkig, maar anderzijds omdat het, met name in het hoofdstuk over Christopher Smart verwarring sticht: uit de aanwezigheid van maçonnieke symboliek in het werk van Smart (volgens mij niet eens zo duidelijk) leidt de auteur af dat Smart vrijmetselaar geweest moet zijn, ook al geeft zij toe, dat daarvoor geen enkel ander ‘bewijs’ te vinden is. Dat kan natuurlijk niet, want er zijn wel meer profane dichters die dergelijke symboliek gebruiken: een voorbeeld uit de recente poëzie is Hugues C. Pernath, wiens gedicht ‘Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan’ [66] zelfs in loges gebruikt wordt. Nochtans was Pernath geen vrijmetselaar. [Verder lezen →]

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

28 Januari 2006   Geen Commentaar   Printen Printen  

Jan Schouten deel 4

D. De Tekst.

Zoals in het begin van dit opstel reeds gezegd werd kende De Vrijmetselarij, in drie zangen twee drukken in drie jaar tijd: 1817 en 1819. Maar uit de gegevens die Dongelmans meedeelt in zijn monografie over Immerzeel kunnen we afleiden [91], dat de herdruk al binnen het jaar plaatsvond. De eerste druk verscheen op het einde van 1817 (november of december), de tweede op het einde van 1818 (december), maar kreeg officieel het jaar 1819 mee.

In de eerste druk was het laatste blad van de ‘voorrede’ slechts half gevuld; dat feit gebruikte de auteur om een korte tekst toe te voegen, waarin hij zich verheugde over deze tweede druk, een zeldzame gebeurtenis voor een dergelijk gedicht, inderdaad.

Het corpus zelf vertoont zeer weinig veranderingen, die dan nog bijna allemaal in de eerste zang voorkomen. Het zijn bijna steeds kleine stilistische verbeteringen, die aan de strekking van de verzen, laat staan van het gedicht niets, maar dan ook niets veranderen. Omdat het er zo weinig zijn, laat ik ze hier alle volgen, zodat de lezer zich zelf een voorstelling ervan kan maken [92]. [Verder lezen →]

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

28 Januari 2006   Geen Commentaar   Printen Printen  

Jan Schouten deel 5

G. Bibliografie [95]

a) primaire bibliografie

1) van Jan Schouten

De Vrijmetselarij, in drie zangen, Immerzeel, Rotterdam, 1817 en 1819
Gedichten en Gezangen, Immerzeel, Rotterdam, 1819
Opwekking ten strijd in April 1815. Lierzang. Immerzeel, Rotterdam, 1815
Volkslied. September 1816. Immerzeel, Rotterdam, 1816
Lierzang op de overwinning te Algiers. Immerzeel, Rotterdam, 1816
Lijkklagt op den Heer Pieter van Braam, Overleden te Dordrecht, den 28sten van Herfstmaand, 1817. In: Lofrede op Pieter van Braam, uitgesproken door Ewaldus Kist, Bij Blussé en Van Braam, Dordrecht, 1818 [Verder lezen →]

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

28 Januari 2006   Geen Commentaar   Printen Printen  

The Arcana van Henry Jones

Henry Jones

The Arcana:
or
Mystic Gem,
A poem in two cantos


INTRODUCTION (1)

While preparing an edition of the Dutch poet Jan Schouten’s Vrijmetselarij, in drie zangen [Freemasonry, in three cantos], a didactic poem on freemasonry, I looked for similar poems in other languages to compare them with each other in my introduction.

Thanks to the librarian of the Library and Museum of Freemasonry in London, Mr. Martin Cherry, – whom I should like to thank very warmly indeed –, I became aware of the existence of an unknown poem – The Arcana: or mystic gem – by an unknown 18th century English poet: it is this poem that I wish to edit in this small booklet.

I tried to find a second copy of the poem but to no avail; therefore, I think the copy in the aforesaid museum must be the only left in a public library, and most probably the only one anywhere.

For this reason and despite its poor quality the poem deserves to be republished. But there is also a reason associated with Masonic history and scholarship.

However, this booklet is not meant to be a truly scientific publication. So I shall keep the introduction as brief as possible, with no annotations. The main purpose is to make the text available for further scientific study, albeit in a very small number of paper copies.

My text is perfectly faithful to the text of the first (and only) edition: there are no emendations though transcription errors remain possible. [Verder lezen →]

  Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.be Plaatsen/stemmen op Netjes.be Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

27 November 2005   Geen Commentaar   Printen Printen