Literatuur, vrijmetselarij en andere dagelijkse overpeinzingen
Draaiende afbeeldingen... Druk op F5 voor meer!

De gouden herfst van Heinrich Anacker

anacker1 De gouden herfst van Heinrich AnackerNog een dichtbundel gevonden en gekocht van Heinrich Anacker: Goldener Herbst. Sonette. Het is de eerste (en de enige?) dichtbundel die hij na de oorlog, met name in 1951, publiceerde. In eigen beheer uiteraard, want geen uitgever in Duitsland zou het gewaagd hebben toen ook maar iets van Anacker uit te geven (waarbij ik me afvraag: en nu?,  zoveel jaren na de oorlog? heeft iemand er al aan gedacht opnieuw iets van hem uit te geven? waarschijnlijk niet, of het zou de NSDAP/AO in de Verenigde Staten moeten zijn).

Wanneer je de man en zijn geschriften van voor en tijdens de oorlog kent, is dit een hallucinante bundel. Gave, ofschoon geen echt meesterlijke sonnetten (ik heb het al gezegd: de man beheerste de techniek van het dichten), die omzeggens allemaal van beschrijvende aard zijn (de verschillende aspecten van het begrip ‘herfst’ worden erin gevarieerd) met slechts af en toe een persoonlijke noot, een directe uiting van de dichter zelf als ik: enerzijds om zijn bewondering voor en verwantschap met de herfst uit te drukken, anderzijds (maar zelden) om uiting te geven aan zijn afkeer voor niet nader omschreven zaken (maar die men wel raden kan), om zichzelf op te roepen tot een totaal verinnerlijkte, in feite stoïcijnse, ‘weltabgewannte’ houding. Maar zoals gezegd: dat gebeurt zelden. Die houding (een variant op de ‘innere Emigration’, maar smeriger, want Benn cum suis hadden hun vingers niet echt vuil gemaakt, integendeel zelfs) blijkt ten overvloede uit de gedichten zelf, waarin werkelijk geen contextuele gegevens voorkomen: ze hadden evengoed honderd jaar eerder geschreven kunnen zijn.

De tonen zijn er inderdaad bovenal van een idyllisch beleven van een seizoen, dat, zo wordt meermaals gesuggereerd, ook het seizoen van de dichter is (ook al zou hij nog tot 1972 blijven leven; heeft hij in de jaren daarna echt niets meer gepubliceerd?); het is de toon van Van de Woestijnes ‘Hoe bronst het goud in de kastanjelaren!’, maar zachter, gedempter, als een afscheid bijna, dat van verre aan Strauss’ Vier letzte Liederdoet denken.

Aan de bundel gaat een kort ‘Zum Geleit’ vooraf, waarin de auteur zegt dat deze gedichten ontstonden in Amerikaanse krijgsgevangenschap (jammer dat hij niet in handen van de Russen gevallen is, zou ik zeggen; maar anderzijds: de kans is niet denkbeeldig dat hij dan na enkele jaren gewoon de Sovjet-Unie, Stalin en het proletariaat was gaan verheerlijken, zoals hij het voorheen met de Führer et tutti quanti gedaan had – dit soort mensen kent immers au fond geen ideologie, geen geloof, geen waarden etc. – wat die woorden ook mogen betekenen) na de ‘Zusammenbruch’ (sic!). Wat er voordien gebeurd is, waar hij voordien voor gestaan heeft: geen woord, geen syllabe, geen letter. Alsof hij plotseling uit het niets tevoorschijn komt, nooit iets geschreven of gepubliceerd zou hebben. Alsof hij een onbeschreven natuurdichter zou zijn. Of, zoals hij het zelf zegt:

“Wie böhmischen Glases blaueste Lasur
Wölkt des Oktoberhimmels Wunderglocke
Sich wolkenlos in seligstem Azur !

Geen vuiltje aan deze technisch vernuftige, goed uitgekiende en vaak zelfs verfijnde lucht dus. Maar wie iets van literatuur afweet ruikt maar al te goed op de achtergrond in de verte de geur van verbrande lijken, van puinhopen etc.

15 Juli 2005   Geen Commentaar   Printen Printen  

De Belgische kapitulatie

Heinrich AnackerVan jongs af aan hebben sommigen een onbedwingbare honger naar lectuur; ze lezen letterlijk alles, van het parochieblad tot Plato.

Zodoende kom je natuurlijk soms uit bij tamelijk bizarre lectuur. Eén dichter, die ik probeer volledig te vinden en te lezen is Heinrich Anacker. Anacker is waarschijnlijk dé nazi-dichter; op twee bundels na zijn al zijn bundels omzeggens volledig politiek van aard. Titels als Die Trommel, Die Fanfare, Heimat und Front enz. wijzen daar al op. Bizar is het feit dat hij niet helemaal gespeend was van enig talent. Je vraagt je af: hoe komt iemand ertoe zijn talent in dienst van zo’n wereldbeschouwing te stellen? Is er in zijn gedichten iets te vinden, dat dit verklaren kan?

Voor kort vond ik zijn dichtbundel Über die Maas, über Schelde und Rhein. Gedichte vom Feldzug im Westen. Daarin komt het volgende interessante gedicht voor:

Die belgische Kapitulation

Die Schurken, die ihr Land ins Unglück trieben,
Sie mieden feig den Kampf, den sie entfacht,
Und haben sich in Sicherheit gebracht
Nach England, dessen Sold sie sich verschrieben.

Der König nur ist tapfer in der Schlacht
Bei seinem hartbedrängten Heer geblieben.
Doch als der Truppen beste aufgerieben,
Hat er dem grausen Spiel ein End’ gemacht.

Besorgt an seines Volkes Zukunft denkend,
Geschah es, dass er – nah’ des Abgrunds Rand –
Den Stolz des eignen Herzens überwand.

Das Unglück fand ihn gross und weise lenkend:
So legte er das Los von Heer und Land
In Adolf Hitlers ritterliche Hand!

In België is altijd veel te doen geweest over de rol van Leopold III bij de kapitulatie, over zijn bezoek aan Berchtesgaden, en over heel zijn houding tijdens de tweede wereldoorlog. Daarbij zijn natuurlijk vooral Belgische bronnen en Belgische visies aan bod gekomen, en daarbij bronnen en visies die uitsluitend van politiek-historische aard waren, tenminste voor zover ik van de literatuur over dit probleem op de hoogte ben.

Bovenstaand gedicht kan natuurlijk nauwelijks als een bron beschouwd worden voor een historisch probleem, en nog minder zegt het iets over de beweegredenen, de politieke en/of menselijke motivaties van Leopold III. Het bevat de visie van één nazi, niet eens een topnazi. Maar toch: al de dichtbundels van Heinrich Anacker werden uitgegeven door het ‘Zentralverlag der NSDAP, Frz. Eher Nachf.’ in München (deze bundel in 1942), de officiële uitgever van de nazipartij, waar bv. ook Hitlers Mein Kampf uitgegeven werd. Je mag er dus van uitgaan, dat hetgeen daar verscheen de officiële visie van die partij weergaf, of in elk geval, voor zover het direct over politiek ging (en dat deed het bij al hun uitgaven), niet in tegenstrijd was met de officiële partijlijn.

Wat voor de nazi’s een positieve houding was van Leopold III zou later in België, na de oorlog, door grote delen van de bevolking aan de koning verweten worden, en mede aanleiding geven tot de zgn. koningskwestie.

Ik weet niet of dit gedicht van deze dichter daarbij ooit genoemd of vermeld werd? Misschien dat iemand mij dat zeggen kan?

Het is interessant genoeg in elk geval om eens te zien hoe een nazi, met instemming van de partijtop, de houding van Leopold III beoordeelde.

26 Maart 2005   Geen Commentaar   Printen Printen