Jan de Roek
Het gebeurt zo goed als nooit meer, maar afgelopen woensdag ben ik toch nog eens naar een literaire avond gegaan, over Jan de Roek, in het ‘Goudblommeke in papier’ in Brussel.
De organisator, Henri-Floris Jespers, was zijn stem onderweg kwijt geraakt, en liet zijn inleiding door Bart Vonck voorlezen; gelukkig kwam die stem later op de avond toch voor een deel terug. Kris Kenis las gedichten van de Roek, en hij deed dat heel goed, zonder het sacrale (‘grafstem’) dat de Roeks eigen dictie kenmerkte, maar dat is maar goed ook. Waarschijnlijk zal hij die stem trouwens wel nooit gehoord hebben. Zover ik weet bestaan er twee bandopnamen van: één in de nalatenschap van Michel Bartosik, en één bij de Roeks Hasseltse boezemvriend Guy Gysens. Technisch moet het vandaag toch een makkie zijn daar een CD van te persen. Dat zou iemand moeten doen. Zou, zou, zou… Ook Jeunesse dorée en andere gedichten zou er nu toch eens moeten komen.
Illusies heb ik allang niet meer.
Clara Haesaert, Lucienne Stassaert, Frank de Crits, Rody Vanrijkel en Freddi Smekens haalden herinneringen op aan de persoon die zij gekend hebben. Inmiddels heeft ook Jespers op zijn blog een hele herinneringstekst geschreven. Van sommige evenementen die hij daarin noemt, weet ik dat ik er geweest ben, maar ik heb er geen enkele herinnering aan.
Zoals ik überhaupt weinig herinneringen heb aan Jan de Roek. In de vorm van beelden toch. En wat kunnen herinneringen anders zijn? Ik weet dat hij me Krolow leerde kennen, de bundel Alltägliche Gedichte met name. Die ik niet goed vond, wegens te eenvoudig. Maar ik ben Krolow wel blijven volgen, en later ben ik op mijn eerste mening teruggekomen: de verwoording van Krolow, vooral in zijn latere werk, is vaak subliem in zijn eenvoud, en heeft niks te maken met anekdotiek.
Zo zijn er nog wel dichters die ik via Jan leerde kennen.
Maar beelden? Een vergadering, waar ik de slappe lach kreeg, een avond stappen in Antwerpen, op zoek naar wie, naar wat? Zijn aanwezigheid in de les van Weisgerber. Weinig. Flarden. Een film die voortdurend onderbelicht werd, en waarop slechts heel af en toe iets zichtbaar wordt.
Enig belang heeft het niet meer. Scripta manent, en zelfs als er nooit een heruitgave komt: de twee mooie grijze boeken zijn er en blijven er.
Verder valt zo’n avond best wel mee, ook al heb ik later altijd spijt omwille van mijn drankmisbruik. Gelukkig zonder gevolgen. Wel vallen de afwezigen op. Roger de Neef had ook moeten spreken; hem ontmoette ik enkele uren voordien, ’s anderendaags zou hij een hartoperatie ondergaan, en hij had dus begrijpelijk geen zin om ergens heen te gaan. Idem dito en al even begrijpelijk Herman J. Claeys, die ook spreken zou, maar in behandeling is voor kanker.
8 Maart 2009
2 Reacties
Printen
